Netwerk Roze FNV

Inter-Amerikaans LGBT vakbondscomité rondt samenwerking FNV af

Van de nieuwe president moeten de Braziliaanse deelneemsters en deelnemers niks hebben. “Amar Sim, Temer Não” hebben ze op grote posters gezet. Ja tegen liefhebben, nee tegen Temer, zou je kunnen vertalen. Maar het is dubbelzinnig. Want temer betekent ook vrezen. En dan kun je lezen dat het gaat om liefhebben zonder angst.

Het tekent de strijdbare en creatieve sfeer van de bijeenkomst van het inter-Amerikaans LHBT-comité van Public Services International (PSI), dat half november in Rio de Janeiro bijeenkwam. Een comité dat mede is ontstaan in een samenwerkingsproject met de FNV, aanvankelijk met Abvakabo. Aan de laatste bijeenkomst in het kader van die samenwerking nam een tweepersoonsafvaardiging van het Netwerk Roze FNV deel.

img_20161117_092327aTerugkijkend op de jaren van samenwerking blijkt dat de Nederlandse inbreng niet tevergeefs is geweest. De vakbondsmensen zijn zelfbewuster geworden, staan een stuk steviger in hun schoenen. De huidige coördinator van het comité, Eurian Da Nobrega Leite, vertelde hoe hij vakbondslid was geworden toen het project startte, en hoe zijn verbondenheid aan de vakbond in de loop der jaren was gegroeid; een verhaal dat veel mensen herkenden, ook diegenen voor wie het de eerste bijeenkomst was. Niet alleen mensen die zichzelf lesbisch, homo, bi of trans noemen trouwens, want het comité wordt ook gesteund door hetero-bondgenoten. Ook zij zijn strijdbaar. En dat is nodig, want het politieke klimaat is in veel landen veel minder gunstig dan toen het project startte. Niet alleen in Brazilië is na de parlementaire coup Dilma Rousseff afgezet en door de corrupte Temer vervangen. Ook in Chili en Argentinië is het klimaat veel minder homo- en transvriendelijk, mede door de toenemende macht van evangelische groepen. Om maar te zwijgen over wat Trump gaat brengen.

De aansluiting met Noord-Amerika en de Cariben is nog steeds problematisch. Het was de bedoeling dat de bijeenkomst niet in Rio, maar op de Cariben zou plaatsvinden, maar ondanks uitgebreide pogingen daartoe is dat niet gelukt: een aantal landen daar kampt met een heel homofobe cultuur en op sommige eilanden is gelijkgeslachtelijke seks zelfs strafbaar. De samenwerking die het LHBT-comité van PSI is aangegaan met de Latijns-Amerikaanse regio van de ILGA heeft weliswaar geleid tot meer expertise over de wettelijke situatie in de verschillende landen in Zuid-Amerika, maar ook tot een onduidelijke profilering van het comité: was het nou een inter-Latijns-Amerikaans of een inter-Amerikaans comité? Op suggestie van de FNV-delegatie gaat het comité nu ook toenadering zoeken tot de Noord-Amerikaanse tak van de ILGA.

img_20161117_113004Tijdens de bijeenkomst werd onder andere besproken hoe de banden worden verstevigd met de vakbeweging in landen die tot nu toe niet structureel deelnemen aan het comité. Een regionale taakverdeling. En hoe de verdere samenwerking zal verlopen. Want nu het Abvakabo/FNV-traject is afgelopen, wil het comité wel blijven samenwerken met een Europese partner. Gelukkig is daartoe de Deutsche Gewerkschaftsbund (DGB) bereid.

Verschillende punten uit de FNV-presentatie werden verder besproken binnen het comité. Een daarvan was de vakbondscampagne tegen huiselijk geweld, waar de ILO in oktober jl. over heeft gesproken. De Canadese vakbondsfederatie heeft hiervoor een basis gelegd met een campagne “veilig thuis, veilig op het werk”; de FNV heeft eraan bijgedragen het thema verder op de kaart te zetten. Het feit dat geweld in lesbische relaties onder een dubbel taboe wordt verzwegen bleek heel herkenbaar voor de vertegenwoordiging van de verpleegkundigenvakbond uit São Paulo.
Maar ook werd gesproken over de positie van biseksuelen, slecht vertegenwoordigd in de Netwerkraad van de FNV, en compleet afwezig in het inter-Amerikaanse comité. En over de vraag of, nu de ILGA en het Netwerk Roze FNV ook willen opkomen voor rechten van mensen met een intersekse-status, het inter-Amerikaanse comité moet volgen.

Overigens is het ook voor de Nederlandse kant leerzaam geweest. Juist door de ontwikkelingen in Latijns-Amerika en de gesprekken daarover is veel duidelijker geworden hoe belangrijk goede wetgeving is, en hoe bij een gebrekkige wettelijke bescherming tegen discriminatie overheidsdiensten meestal een betere plek bieden om te werken dan privé-ondernemingen. In (Latijns-)Amerika is de privatisering van diverse publieke diensten niet alleen af te keuren omdat de kwaliteitscontrole en de kwaliteit van arbeidsomstandigheden en -voorwaarden daarmee veel minder onder democratische controle staan. Maar ook omdat de werknemenden in geprivatiseerde diensten veel meer bloot staan aan stigmatisering, aan marginalisatie, uitsluiting en discriminatie.

Een leerzaam en inspirerend project is afgesloten. Veel succes verder, vriendinnen en vrienden van het comité!